Genetica

(Je bevindt je in een onderdeel van ‘Fokken’)

Om een rashond te fokken kun je naar de dichtstbijzijnde persoon gaan die een reu van hetzelfde ras heeft. Of je kunt allemaal naar de Kampioen gaan en hopen dat je zo kampioenen fokt. Of je bestudeert eerst de genetica, bloedlijnen enz. voor je een koppel samenstelt. Je hebt dan heel wat om over na te denken en rekening mee te houden.

Genotype, fenotype en milieu

Wanneer je naar een hond kijkt, zie je zijn fenotype, oftewel zijn uiterlijk, wat wil zeggen de uitkomst van een samenwerking van zijn genen en zijn omgeving. Omgevings- ofwel milieufactoren zijn bijvoorbeeld voeding en socialisatie. Voorbeeld: een bonte plant die onder invloed van een bepaalde hoeveelheid licht zijn kleur verliest, een hond die door te veel voer groter en/of dikker is dan rasgenoten, of een hond van een evenwichtig vriendelijk ras die vals is gemaakt. Het genotype van de hond wordt gedefinieerd door de eigenschappen die hij aan zijn pups doorgeeft. Sommige dingen zie je niet, maar heeft het dier wel. Voorbeeld: twee zwarte honden krijgen bruine, blauwe en /of blonde pups, of twee ziende honden krijgen een blinde pup.

Een eicel of zaadcel bevat chromosomenkettingen waarop alle erfelijke factoren (genen) van het dier in paren bij elkaar liggen. Een hond heeft 39 chromosomenparen; hij heeft steeds twee mogelijkheden voor een eigenschap, en geeft willekeurig een van de twee door. Anders zou iedere volgende generatie het dubbele aantal chromosomenparen krijgen! De combinaties van de twee mogelijke genen, één van de vader en één van de moeder, bieden de pup verschillende variaties voor een eigenschap, afhankelijk van de manier van vererven.

Dominant – recessief

Voorbeeld: De zwarte kleur A in een kip is dominant over wit a (recessief). Nakomelingen van een zwarte en een witte kip geven uiterlijk zwarte kippen, die wit verborgen meedragen: Aa. Dit is de eerste wet van Mendel, de uniformiteitregel. Als deze kippen nakomelingen krijgen, duikt er weer wit op. Dit is de tweede wet van Mendel de splitsingregel.
Aa x Aa = AA, Aa, Aa (allemaal zwart) en aa (wit); zie het schema verderop.

Intermediair

De derde wet van Mendel is de onafhankelijkheidregel. Voorbeeld: De rode kleur A van een roos is net zo sterk als de kleur wit a. Nakomelingen van een rode en een witte roos kunnen rood (AA), wit (aa) of roze (Aa) zijn. Als de roze rozen nakomelingen krijgen, kan daar weer rood en wit tussen zitten.
Aa x Aa = AA (rood), Aa (roze) en aa (wit); zie het schema hieronder.

Zo maak je een kruisschema:

 

A a
A AA Aa
a Aa aa

In de praktijk is zo’n schema onwerkbaar omdat er teveel eigenschappen ofwel genen zijn. AA of Aa of aa is slechts één genenpaar, maar een hond heeft wel 39 chromosomen met op elk chromosoom tientallen tot honderden genenparen.

Uniek

Je kunt je wel voorstellen dat door zoveel eigenschappen opnieuw met elkaar te combineren iedere nakomeling uniek is. Er zijn nog niet zoveel Longhaired Whippets, waardoor de genenpool klein is. Tenzij een Longhaired Whippet erg van de standaard afwijkt, zou zijn genenmateriaal eigenlijk niet verloren mogen gaan.

Geslachtsgebonden

Sommige combinaties van eigenschappen liggen vast; dat valt vooral op bij geslachtsgebonden eigenschappen.

Voorbeeld: Het Y chromosoom is leeg, maar bepaalt het mannelijk geslacht. Op het X chromosoom ligt de recessieve mutatie voor bloederziekte. Als alleen moeder bloederziek zou zijn, is haar zoon dat ook, maar haar dochter niet. De volgende genotypes zijn mogelijk:

XX        gezonde vrouw
Xx         draagster
xx          bloederzieke vrouw
XY         gezonde man
xY         bloederzieke man

Lijders aan deze ziekte bereiken zelden een leeftijd waarop zij zich kunnen voortplanten, waardoor bloederzieke vrouwen (xx) maar heel weinig voorkomen.

Mutaties

De natuur blijft experimenteren om de overlevingskans van een soort onder wisselende omstandigheden te handhaven. Soms pakt zo’n mutatie positief uit, soms negatief. Zo ontstond op verschillende plaatsen uit grijsbruine wolven een witte wolf. Dit bleek erg op te vallen onder normale omstandigheden, waardoor Europese wolven deze kleur zelden zullen hebben. Maar het bleek een voordeel in de witte wereld van Antarctische wolven. En zo is in de achttiende eeuw een gen gemuteerd, waardoor dieren overgevoelig zouden worden voor bepaalde medicijnen (MDR1). Dit bleef eerst onopgemerkt omdat wij deze medicijnen nog niet hadden, en zo kon het zich handhaven en verspreiden.

Ga terug naar de link: Fokken
Ga verder naar de link: Fokmethoden